Zie ook ons reisverslag van 2007 en 2003.
Bosnië 2005, niet echt zonder problemen.....
Het leiden van een autobedrijf met al zijn veelzijdigheid is niet te vergelijken met het organiseren van een humanitair hulptransport, maar heeft ook zoveel overeenkomsten dat het lijkt of je met je eigen bedrijf bezig bent.Je hebt een doel, nl. de slachtoffers van de verschrikkelijke burgeroorlog in Bosnië, een beetje te helpen een toekomst op te bouwen en hen te helpen om te overleven.
Dat dit een druppel op de gloeiende plaat is, speelt geen rol, wij denken dat ieder mens recht heeft op een toekomst in vrijheid en geluk en we zijn daarom blij daaraan te mogen bijdragen.
Daarom worden er goederen ingezameld waar veel behoefte aan is, dat is op zich niet zo’n probleem, wij leven in een rijk land en regelmatig worden ons spullen aangeboden die daar erg bruikbaar zijn.

Het transport daarheen zou met vrachtwagens zou efficiënt zijn, maar met een 4x4 kom je overal over slechte wegen en modderige paden, en we willen dat de spullen niet ergens opgeslagen worden in de hoop dat ze op de goede plek terecht komen
Wij brengen het meeste zelf naar de mensen toe die in kleine dorpen wonen vaak afgelegen en hoog in de bergen. We werken daarvoor samen met een betrouwbare contactpersoon, Rasim Lemezovic, die daar diverse projecten begeleidt en zorg draagt voor de verdeling van de goederen.
Om dit te kunnen verwezenlijken heb je zware terreinauto’s nodig die grote aanhangwagens kunnen trekken en een ploeg super gemotiveerde mensen die bereid zijn om inzet, tijd en geld te willen geven in ruil voor een indrukwekkende, inspannende en avontuurlijke reis.
Ook het gevoel dat je werkelijk iets voor een ander kan betekenen, die het vele malen slechter heeft dan wij, ervaar je op het moment dat je de versleepte goederen uitdeelt, en soms de dankbaarheid ervaart van de mensen daar.

Dit jaar hebben we van diverse sponsors donaties gehad, waardoor we in staat waren goederen aan te kopen die anders moeilijk te krijgen zijn. Bovendien hebben we uit het magazijn “de Bakertand” van de stichting Mensen Werken Voor Mensen uit Tilburg veel materialen mogen meenemen die daar door een aantal gedreven mensen uitgezocht, verpakt en gewogen zijn.

Dit moet zeer zorgvuldig gebeuren, op de laadlijsten moet per auto exact omschreven staan wat er mee gaat, het aantal colli, gewicht, nieuw of gebruikt en de waarde van de materialen. Hierop wordt bij de grenzen streng gecontroleerd en kleine verschillen kunnen grote problemen geven. Vervelend was dan ook dat we dit jaar twee keer de lijsten moesten veranderen omdat de gegevens niet klopten. Dit geeft veel spanning en stress mede omdat we pas op de laatste dag groen licht kregen van de douane om te mogen vertrekken. De papieren om de EEG uit te komen, werden per e-mail naar mij toe gestuurd, waarna we ze thuis moesten uitprinten en ze mee moesten nemen.
Op donderdagochtend 22 september zijn we de tien wagens gaan laden in Tilburg. Iedereen had grote aanhangwagens bij zich die deels geleend waren van aanhangwagenverhuurbedrijven of andere sociaal meedenkende bedrijven.
Er was een ( elektronisch ) probleem met een van de auto’s, af en toe viel de motor stil! Dat kun je nou net niet gebruiken als je 4000 km gaat rijden. Oplossing: een auto van ons genomen, die klaar gemaakt en uitgeleend zodat Johan en Jolande Saat toch mee konden.
De medewerkers van de “Bakertand”, o.l.v. José Timmermans, hadden ons uitdrukkelijk verboden om drinken of een lunchpakket mee te nemen, op straffe van “onmiddellijke verwijdering van het terrein!” Ze hadden via een bevriende cateraar een uitstekende maaltijd geregeld voor ruim 25 personen, onze hartelijke dank hiervoor. Wij ervaren dat er bij de stichting M.W.V.M. erg veel mensen bijzonder gedreven zijn en veel tijd vrijmaken voor de mensen in Bosnië.
Een grote groep vrijwillers had een snipperdag genomen om ons te helpen met laden van de auto’s. ‘S avonds in Valburg nog veel dingen moeten regelen; papieren, veranderingen in de lading, een lekke band en last but not least, diverse zaken van mijn eigen bedrijf.
Het werd dus weer laat…
Op vrijdag 23 september kraaide de haan om 4.00 uur en rond 5.00 uur reden 10 auto’s in een lange sliert Valburg uit. Het is een machtig gezicht om zo’n konvooi achter je te zien rijden.
De opzet is om op elke auto een bijrijder te hebben, dit is voor de veiligheid van de bestuurder, bovendien gezellig en je kunt de kosten delen. Elke auto heeft een 27 MC zender, een bak dus, waarmee we de communicatie tijdens het rijden verzorgen. Een goed functioneren hiervan is erg belangrijk, wij als leiders hebben anders geen idee wat er achter ons in het konvooi gebeurt.
Voorop rijden is spannend, samen met mijn bijrijdster Cisca Bos bespreek je de problemen van de reis, zoek je de weg op de kaarten, plan je de rusttijden en als dan de telefoon en de bak tegelijk gaan, je verkeerd dreigt te rijden en je zelf je eigen combinatie moet besturen, wil de adrenaline nog wel eens tot bizarre hoogtes stijgen. Als er problemen in het konvooi komen en er een auto uitvalt, moet iedereen doorrijden en de laatste auto stopt dan voor assistentie die nodig is.
Charles van Buuren met zijn bijrijder Johan Kwaaitaal hebben in ruime mate ervaren wat het betekend om de bezem van de bezemwagen te mogen hanteren! In één dag 3 lekke banden waarvan twee geklapte, waren nog onbetekende kleinigheden voor wat ons nog te wachten stond.
Op een gegeven moment werd er op de bak gemeld dat de Diahatsu Rocky van Andre Baay een uitzonderlijke rookpluim produceerde.
Na een korte tijd hield dat op, Andre melde dat de temperatuur goed bleef en ‘enigszins gerustgesteld’ werd er door diverse niet Daihatsu-eigenaren subtiel gemeld dat er bij Toyota, Nissan en Ssangyong 4x4 auto’s gemaakt worden van een uitzonderlijke kwaliteit die nagenoeg geen brandstof of olie gebruiken, en daardoor verschoond blijven van zichtbare uitlaatgassen!
Tijdens het avondeten in Hotel Fischer in Pfatter, Zuid-Duitsland, werd nog smakelijk gelachen over de ‘pluim’ van Andre. Dat lachen verging iedereen toen de volgende morgen, zaterdag 24 september, bleek dat er ruim 5 liter koelvloeistof in rook was opgegaan. Bijvullen ging goed, alleen wat je er boven indeed liep er onder even snel weer uit. Als je de motor startte brieste de radiateur als een dolle stier en gooide het water snel er weer uit; koppakking stuk! Verzekering gebeld, vervangend vervoer bleek in hun optie geen gelijkwaardig vervangend vervoer te zijn en toen ze hoorde dat we naar Bosnië gingen, was niets meer mogelijk.
Dus auto en de aanhanger bij een boer geparkeerd, de dure spullen in andere trailers gepropt, (hoezo kloppende laadbrieven per auto?) Andre tot bijrijder gepromoveerd en met een halve dag vertraging doorgegaan.
Ruim voor dat we op reis gingen, hadden we eens diep nagedacht en wat scenario’s gemaakt voor het geval we met ongelukken, ziekte of zelfs een overlijden te maken zouden krijgen. Misschien hadden we de goden niet moeten verzoeken, maar in de namiddag ging het in Oostenrijk helemaal mis.
De aanhangwagen achter de Nissan Patrol van Jan Mennema begon tijdens een lichte afdaling levensgevaarlijk te slingeren. Wij kregen een paniekoproep via de bak, dat er een ongeluk gebeurd was. De combinatie was de vangrail ingereden en was zwaar beschadigd.
Gelukkig geen gewonde rijders, maar op de snelweg was het een ravage.
Snel vond ik snel een parkeerplaats, waar we een deel van de groep veilig kon stellen. Charles van Buuren deed ter plaatse met de achterblijvers uitstekend werk; de weg werd afgezet, het verkeer geregeld, de mensen die niet nodig waren doorgestuurd en wij werden goed geïnformeerd zodat we de mensen op de parkeerplaats konden opvangen. Michel en Astrid Thuis gingen gelijk terug om de toch nog rijdbare aanhanger op te halen. De nog enigszins rijdbare auto werd naar de parkeerplaats gesleept. Politie, repatriëring, geregeld en de groep die erg ontdaan was, opgevangen en begeleid.
Zeker dan merk je hoe je met zoveel verschillende mensen, ieder met zijn eigen kennis en ervaring, elkaar kan helpen en bijstaan. Dat we op dat moment niet verder konden zal duidelijk zijn en gelukkig vonden we een hotel waar we met 18 mensen terecht konden. Tijdens het avondeten bleek dat de emoties erg hoog zaten, maar dat we een team hadden wat de moed niet opgaf, en zeker gezamenlijk verder wilde gaan.
Zondag 25 september, erg mooi weer en met acht wagens weer op pad. De grens met Kroatië ging super snel, in plaats van gemiddeld drie uur waren we in nog geen drie kwartier erover. Zou het nu voorspoedig gaan? Het expeditie kantoor gebeld in Bosnië, sluitingstijden, “Nee hoor we zijn 24 uur per dag open”, fijn, totdat we er om 23.00 uur waren. De man kon ons niet helpen; zijn baas was niet aanwezig en zeker niet te bereiken. Dus overnachten bij de grens en twee ploegen aanstellen om de auto’s te bewaken.
Dat het toen de volgende dag, maandag 27 september, het van een leien dakje ging, is ook een beetje overdreven, rond 14.00 uur reden we weer, op naar Tuzla.
Tuzla is een middelgrote stad met een rommelige aanblik. De binnenstad is gezellig, daarbuiten armoedig. De douane was naar de opslagloods gekomen en klaarde na een uitgebreid onderzoek, waarbij de zaak deels moest worden uitgepakt, de goederen in.
Dinsdag 27 september, werk aan de winkel.
Na de kwaliteitscontrole op het voedsel konden we de aanhangwagens lossen. Een aantal wagens werd herladen met de goederen die naar het dorp moesten. Mijn aanhanger kreeg last van “O-benen”, de wielen van de voorste as gingen door de belasting onder een schuine hoek lopen, je hoefde geen monteur te zijn om te concluderen dat die as op zijn einde liep. Dus ook die wagen overgepakt.
Een aantal mensen liep een straatje in bij het magazijn en stuitte op mensonwaardige toestanden. In de woningen was aan alles gebrek, ernstig zieke mensen krijgen geen behandeling omdat ze niet verzekerd zijn, een oude man lag op sterven, in zijn vuil en onder de vliegen. We konden weinig doen, en voelden ons ongemakkelijk toen we met onze dikke 4x4’s wegreden…
Ons volgende doel was Cerska, een dorp in het gebied rond Srebrenica. Samen met het dorp Zeppa was dit het gebied wat etnisch gezuiverd is. We rijden tussen uitgebrande huizen, maar zien ook dat er weer gebouwd wordt.
Een modderig (lees: geweldig) bospad naar boven en we arriveren bij een, door Nederland herbouwde, school waar ongeveer 150 mensen enige uren op ons staan te wachten. We werden met vreugde ontvangen en het lossen ging super snel.
Voor de 35 schoolkinderen werd snel een pakketje gemaakt met snoep, pennen, speelgoed, etc. De dankbare ogen van een kind dat een presentje uit dat verre Nederland krijgt, vergeet je nooit meer.

Er was zelfs een man die onze banden wilde hebben voor zijn aanhangwagen die achter een groene tractor zat. “ Grappig , laten we even een foto maken, dat is leuk voor thuis.” Toen we van het avondeten terug reden naar het schoolgebouw waar we zouden overnachten, kwamen we die tractor nog tegen, een beetje paniekerig sloeg hij snel linksaf… Zeker geschrokken… Zijn paniekerige reactie was de volgende dag, woensdag 28 september, te verklaren; al onze reservewielen waren de vorige avond gestolen! Dat is balen, je brengt spullen uit Nederland en je wordt bestolen waar je bij bent. Dit was de eerste keer dat het moreel in de groep zakte, begrijpelijk ook. Rasim en de politie gebeld, die een uurtje later aankwamen. De vier agenten pakten het serieus op. Er werden foto’s gemaakt en mensen ondervraagd.Toen wij, aan de hand van de foto’s van de vorige dag, het mannetje met de tractor aanwezen als mogelijke dader, keken de agenten elkaar veelzeggend aan en verdwenen snel.

Groot was onze verbazing toen de politie anderhalf uur later kwam aanscheuren met alle wielen! Ons gejuich en applaus was gemeend en deed de heren zichtbaar goed.
In de middag zin we naar Srebrenica gereden. Het bezoek aan de begraafplaats in Potocari maakte erg veel indruk.
Tegenover het monument ligt de accufabriek. Daar was in die tijd Dutchbath gelegerd , waar Harry Kampinga werkte. We konden de resten van de fabriek binnenlopen, en Harry vertelde ons zijn indrukwekkende herinneringen. Toen we daarna Srebrenica doorreden, liet hij ons een flat zien, waar een sluipschutter elke vrijdag om de zelfde tijd, op de muur schoot, in een vierkant, om zijn macht te bewijzen en angst aan te jagen.
De avond brachten we weer in Tuzla door, vanwaar we donderdag 29 september de terugreis aanvaarden. We besloten de route door Oost- Kroatië te nemen, en in Hotel Golf te overnachten.
Vrijdag 30 september voorspoedig naar Duitsland gereden, waar we de auto met de aanhangwagen van Andre opgeladen hebben.
Zaterdag 1 oktober, kwamen we om 20.00 uur weer in Valburg aan, waar familie en bekenden op ons wachten.
Bosnië 2005 was een vermoeiende en indrukwekkende reis. Mede door de sponsors Kwaaitaal Holding BV uit Oss, BOVEMIJ verzekeringen uit Nijmegen en de BOVAG uit Bunnik, hebben we veel duurzame goederen kunnen brengen naar mensen die het echt nodig hebben. Onze gemeende dank hiervoor.
Maar bovenal gaat mijn dank en waardering uit naar de 17 mensen die negen dagen vrij namen en met mij mee gingen in een avontuur waar niets vast staat of vanzelfsprekend is. Bovendien moesten die mensen hard werken en er nog eens veel geld voor betalen. Dan geef je werkelijk blijk dat je sociaal voelend bent en bereid bent om mensen te helpen die dat hard nodig hebben.
Hans Saris
Zie ook ons reisverslag van 2003.
|